Dit is het eerste hoofdstuk uit mijn boek ‘Heb kanker lief’

Afbeelding met links de cover van het boek 'Heb kanker lief' en rechts tekstpagina van eerste hoofdstuk en rechtsboven rondje met auteursfoto van Deborah de Meijer

Over iets langer dan een week is het zover: op 4 februari 2026 is de boekrelease van β€˜Heb kanker lief’. Het lijkt me daarom mooi om in deze blog het eerste hoofdstuk van mijn boek met jou te delen. Zo krijg je alvast een idee waar mijn verhaal begint. Lees je mee?

‘Heb kanker lief’ begint niet direct bij hoofdstuk 1. Hieronder lees je daarom eerst een fragment dat voorafgaat aan het eerste hoofdstuk:

10 januari 2017

Negeren kan ik het niet meer. Ik lig op mijn zij en trek mijn benen op. Ik wieg mijn lichaam heen en weer, maar het helpt niet.
In mijn bovenbuik lijkt een oorlog gaande. Het ene geborrel na het andere en een lichte pijnscheut gevolgd door een hevige. Het zweet rolt over mijn voorhoofd en dan zit ik recht overeind in mijn bed. De woorden die mijn huisarts gistermiddag uitsprak, hoor ik zich in mijn hoofd herhalen. β€˜In je darmen zit een ontsteking. Als je voor elke maaltijd een oplosbaar medicijn drinkt, dan verbetert je stoelgang en voel je je binnen twee weken weer helemaal goed. Er is niets ernstigs aan de hand.’
De huisarts weet dat ik tijdens de kerstdagen rood vlees heb gegeten en misschien een beetje veel taartjes. Sinds die dagen heb ik buikpijn, vooral in mijn bovenbuik maar soms schieten de steken door naar mijn onderbuik. Menstruatiepijn is er niets bij, terwijl ik van die maandelijkse buikpijn ook wakker kan liggen.
Ik sla de dekens van me af en stap uit bed om me klaar te maken. Deze week heb ik een aantal tentamens en ik ga me door deze buikpijn niet laten tegenhouden. Ik stap onder de douche en laat het warme water lekker lang over mijn lichaam stromen, kleed me snel aan, breng make-up op, pak mijn tas in en prop een banaan naar binnen.
Dan ben ik klaar om het huis van mijn moeder in Rotterdam weer in te ruilen voor mijn studentenkamer in Ede. Ik gooi mijn rugzak over mijn schouders en wil de deur uitlopen, maar trek eerst nog een keukenkastje open om twee paracetamols uit een strip te drukken en op mijn tong te leggen. Ik pak een glas water en slik de pillen door.

Anderhalve maand later

1

Met een ruk sla ik de dekens van me af. Ik strijk met mijn hand over het laken van mijn matras. Nat van mijn eigen zweet.
De sterke geur dringt mijn neusvleugels binnen en ik val op mijn hurken om een emmer vanonder mijn bed te pakken. Ik klem de emmer tussen mijn benen en spuug schokkend de pizza mozzarella van gisteravond in een vloeibaar brouwsel de emmer in. Mijn lange blonde haren houd ik met een hand in een knot tot aan mijn hoofdhuid vast. Zweet mengt zich met tranen en het prikt in mijn ogen.
Als mijn lichaam stopt met schokken, adem ik diep in door mijn neus en uit door mijn mond. Nog een paar minuten blijf ik met de emmer tussen mijn benen geklemd zitten en staar voor me uit.
Mijn maag is leeg. Ik laat mijn haar los en grijp me vast aan de rand van mijn bed om overeind te komen. Ik stoei met mijn doorweekte pyjama en lijk vast te zitten als ik mijn armen omhoog strek om het kledingstuk over mijn hoofd uit te trekken. Ik spring op en neer om er beweging in te krijgen. Als ik me inbeeld hoe dit eruit moet zien, gaat alleen mijn buik nog op en neer van het lachen. Au. Lachen doet pijn. Als ik tot bedaren ben gekomen, buig ik mijn bovenlichaam naar voren en schud mijn schouders heen en weer voor het laatste beetje natte stof. Een plof en mijn pyjama ligt op de vloer.
Alles om me heen lijkt te draaien. Ik sta een paar seconden stil. Misschien was die pizza toch niet zo’n goed idee.

Nog geen uur later steek ik mijn sleutel in het fietsslot. Het is donderdag 23 februari 2017. Mijn eerste werkcollege begint over een uur. Ik wil nog even snel boodschappen halen, dan hoef ik dat na school niet meer te doen.
Ik trap net als anders in een flink tempo door. Maar na nog geen tweehonderd meter voel ik mijn hart in mijn keel kloppen en open ik mijn mond om adem te halen. De vrieskou snijdt in mijn keel.
In de verte zie ik de weilanden al, ik ben er dus bijna. Even later spring ik van mijn fiets en zet deze op de stoep voorbij de ingang. Voordat ik naar binnen loop, hap ik in de buitenlucht weer naar adem. Ik kijk voor me uit naar enkele mensen die hun auto parkeren. Het lijkt alsof de auto’s boven de parkeerplaats zweven. Wacht, nee, ik zie slechts de helft van de auto’s. Nu dubbel zoveel. Als ik een suis in mijn oren hoor en mijn maag zich samenknijpt, zak ik zo snel als ik kan op mijn hurken naar de grond.
Ik blijf voor me uit staren, maar zie slechts een zwart gat. Het was maar vijf minuten fietsen, wat is er mis met mij? Ik adem weer in door mijn neus en uit door mijn mond.
Voor mijn gevoel zit ik hier zeker een kwartier voordat ik de parkeerplaats weer zie en alle geparkeerde auto’s weer stil lijken te staan. Ik realiseer me dat ik aan het klappertanden ben en mijn wangen en handen nauwelijks nog voel. Langzaam kom ik overeind. Met het zweet kletsnat op mijn rug, loop ik de supermarkt binnen.

Terug in mijn kamer leg ik snel de boodschappen op zijn plek en plof op bed. Als ik gestopt ben met klappertanden, pak ik mijn mobiel uit mijn jaszak. Ik zie nu pas een berichtje van Tim, de lieve schat die me elke ochtend goedemorgen wenst. Ik stuur meteen een berichtje terug.
Nog tien minuten. Ik vul de waterkoker, wrijf in mijn ogen en gaap zonder hand voor mijn mond. Dan pak ik mijn lege rugzak en schuif mijn laptop erin, samen met een paar pennen, wat te eten en een notitieblok. Als het water kookt, schenk ik mijn thermosbeker tot de rand toe vol. Ik hang er een theezakje in en draai de dop erop.
Mijn oordopjes vind ik na wat zoeken in mijn jaszak. Had ik die net niet in toen ik boodschappen ging doen? Heb ik serieus niet naar muziek geluisterd? Ik doe ze in en zet meteen een rustgevend lied op.
Dan draai ik me om naar de tafel en pak het doosje paracetamol, bekijk de laatste strip en druk er drie pillen uit. Vervolgens neem ik nog twee ibuprofen. Met een slok water werk ik alle vijf pillen naar binnen.
Even later trek ik de deuren achter me dicht. Ik woon op de campus tegenover de hogeschool, dus voordat ik het weet wandel ik samen met andere studenten door de draaideuren heen de school in. Waar moet ik zijn? Ik pak mijn mobiel uit mijn jaszak en check het lokaal. Tweede verdieping.
Na de laatste traptrede snak ik naar adem.
Snel druk ik de deurklink omlaag, want ik zie weer zwarte vlekken voor mijn ogen. Ik moet zo snel mogelijk zitten. De deur gaat niet open. Ik sta toch bij het juiste lokaal? Ik check het nog een keer op mijn mobiel. Ja, ik sta voor het juiste lokaal. Ik ben alleen vijf minuten te vroeg.
Ik hoor weer een suis in mijn oren. Die rugzak moet af, want die trekt in mijn nek. Ik zak op mijn hurken, zie weer zwarte vlekken en de muren om me heen beginnen te bewegen. Laat die rugzak maar, ik wrijf in mijn ogen en kom weer overeind. Kom op, Dee. Even volhouden.
β€˜Gaat het?’ vraagt Liza die komt aangelopen.
β€˜Ik ben een beetje moe en duizelig.’
β€˜Ben je al bij de huisarts geweest?’
β€˜Ja,’ zeg ik. β€˜Hij heeft me doorverwezen naar Star in Rotterdam voor een echo.’ Gisteren ben ik teruggegaan naar de huisarts. Dat oplosbare medicijn werkte voor zo’n anderhalve week, toen kwamen de klachten weer terug. Ze lijken steeds heviger te worden en de pijnstillers werken nauwelijks meer. Ik voel me ook steeds vermoeider.
β€˜Wat goed dat je bent gegaan.’
Ik knik.
Meneer Jansen komt met een laptop onder zijn arm, een tas in zijn ene hand en in zijn andere hand een beker koffie en zijn pasje, aangelopen. β€˜Goedemorgen,’ groet Jansen. Hij houdt het pasje tegen het slot op de deur waardoor het bekertje iets kantelt. Voordat de koffie over de rand druppelt, trekt hij de deur open en loopt naar binnen. Liza en ik volgen. De tafels staan in een u-vorm.
Liza kijkt me aan. β€˜Ik hoop dat het niets ernstigs is en dat je dit keer het juiste medicijn krijgt voorgeschreven. Antibiotica misschien.’
Ik knik en glimlach. β€˜Ik hoop het ook.’
Jansen kijkt me aan en trekt zijn wenkbrauwen omhoog. β€˜Gaat alles goed?’
Net als ik wil antwoorden lopen meerdere klasgenoten het lokaal binnen.
β€˜Ik heb al een paar maanden erg last van mijn buik en voel me steeds vermoeider en vandaag een beetje duizelig,’ zeg ik snel.
β€˜Dat is vervelend.’ Jansen kijkt me nog steeds aan. β€˜Heb je een buikgriep?’
β€˜Niet dat ik weet. Ik dacht zelf meer aan de ziekte van Pfeiffer omdat ik zo moe ben, maar dat verklaart de buikpijn niet. Ik moet morgen een echo laten maken.
β€˜Sterkte, Deborah. Als het niet gaat, geef het dan gerust aan.’
Ik knik en neem de tafel naast Liza in beslag. Aan de andere kant legt DaniΓ«lle haar tas neer.
β€˜Heb je nog steeds zo’n last?’ DaniΓ«lle fluistert en kijkt me met grote ogen vragend aan.
β€˜Ja,’ zeg ik. β€˜Ik ben gisteren weer bij de huisarts geweest.’
β€˜O, dat meen je?’ vraagt DaniΓ«lle. β€˜En?’
β€˜Ik moet morgen, vrijdag, een echo laten maken.’
DaniΓ«lle knikt en opent haar laptop. β€˜Ik hoop dat het meevalt.’
Jansen klapt nu ook zijn laptop open. β€˜Goedemorgen iedereen, laten we de tafels weer in twee groepen van zeven schuiven, dan kunnen jullie verder met de twee tijdschriften. Mevrouw Bruinsma komt me versterken, maar zij schuift iets later aan.’
Zonder dat iemand iets zegt, staan alle studenten op en klinkt er een kabaal door de ruimte.

Alle namen in mijn boek zijn vanwege privacy redenen gefingeerd, behalve mijn eigen naam.

Inmiddels is mijn boek Heb kanker lief verschenen op 4 februari 2026


Dat was het voor nu. Benieuwd hoe het verder gaat? Bekijk en koop mijn boek via mijn webshop.

Liefs,
Dee

Geen blogs van mij missen? Abonneer je op Deeserve it en je ontvangt bij elke nieuwe blogpost een e-mail:

Lees ook deze blogposts en laat je inspireren:

2 reacties op “Dit is het eerste hoofdstuk uit mijn boek ‘Heb kanker lief’”

  1. Top hoe je het beschrijft πŸ™β€οΈ

    Aum Shanti

    1. Dankjewel πŸ’œπŸ™πŸ»βœ¨

Geef een reactie

Ontdek meer van Deeserve it

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder