Als ik weer eens ergens ben en mensen vragen waar ik vandaan kom, antwoord ik elke keer weer hetzelfde: βUit Rotterdam, kΓ©n je dat niet horen dan?β Dit is wel een van de meest bekende uitspraken die Rotterdammers buiten Rotterdam ongetwijfeld wel eens hebben geroepen. Hiernaast zijn er natuurlijk nog meer βbekendeβ uitspraken en is er natuurlijk ook een bepaalde manier van βRotterdamsβ praten.
Waarschuwing
Ik heb in mijn aankondiging van deze rubriek al vermeld dat Rotterdammers gewoon zeggen wat ze denken en zich verder aan niemand hierbij storen, dus kunnen sommigen uitspraken nogal hard of onbeschoft overkomen. Dit betekent niet dat wij dat ook zo hard of onbeschoft bedoelen, maar eerlijkheid staat in elk geval voorop. Wees dus niet meteen op je teentjes getrapt als jij als niet-Rotterdammer op een dag zoβn opmerking van een Rotterdammer naar je hoofd geslingerd krijgt. Sommige woorden of uitspraken worden ook elders in Nederland gesproken, dat is uiteraard onvermijdbaar, maar toch kun je het volgende wel aannemen als Γ©cht Rotterdams.
βkapoentje? Wat zeg je?β
Natuurlijk spreekt niet elke Rotterdammer Γ©cht 100% plat Rotterdams. Bij mezelf hoor ik het helemaal niet, maar vrienden en familie van mij die niet uit Rotterdam komen, halen soms toch wel bepaalde woorden of zinnen uit mijn verhalenβ¦ Zo zeg ik blijkbaar erg vaak β(Ja) Toch?!β en βhoorβ aan het einde van mijn zin, omdat ik onbewust een βbevestigingβ van mijn gelijk wilβ¦ Maar naast deze bijwoorden, zijn er ook wel Rotterdamse benamingen voor βdingenβ. Zo weet ik nog dat ik samen met mijn zus vroeger bij familie in Groningen was en wij weleens een βkapoentjeβ op onze hand hadden toen we buiten speelden. Dat moesten we altijd even laten weten dus zeiden we βKijk, ik heb een kapoentje op mijn hand!β, waarna we een beetje gek werden aangekekenβ¦ βEen kapoentje? Wat is dat? Wat zeg jij nou weer?β Maar toen het βkapoentjeβ gezien was kregen we nog een reactie: βOoooh, een lieveheersbeestje! Zeg dat dan!β En mijn zus en ik weer: βEen lievewatvoorbeestje?β Ja, zo ging dat dan ongeveer. Ik hoor sommige mensen nu al denkenβ¦. βDusss βSinterklaas Kapoentjeβ, gaat over een lieveheersbeestje?β Het antwoord is nee. In het sinterklaaslied zingen ze over een gecastreerde haan (of dit nou beter is dan een lieveheersbeestje weet ik niet, maar goed daar heb ik het verder niet over)
DΓ© Rotterdamse benamingen
De bekendste zijn toch wel de βkrootjesβ, waarmee rode bieten worden bedoeld. βTinteldoosjeβ is ook een bekende, hiermee bedoelen we het telefoonbotje. Een βspekkediefβ is een langpootmug. Mensen worden ook wel βluitjesβ genoemd. En met de βmuilβ, wordt de mond of hard gezegd βbekβ bedoeld. Ik mag ook even niet vergeten dat die verschrikkelijke voetbal hooligans Amsterdam niet uitspreken. Mocht je daar toch iets over willen zeggen en ben je met een Rotterdamse voetbalfan, noem die stad dan gewoon 020. Een vriend wordt wel een βmaat(je)β of βmattieβ genoemd. Vind je iemand arrogant? Dan heeft degene βkapsjonesβ of βkapsiesβ. Ben je bij een Rotterdammer op visite en biedt degene je een βkaakieβ aan? Degene vraagt gewoon of je een biscuitje of koekje wil. Vraag je de weg in Rotterdam? βDaarroβ betekent gewoon βDaarβ. Stoot je iemand aan en zegt die βloop niet zo te douwen johβ, de vertaling is: βje weet dat je net tegen me aan liep hΓ©, niet zo netjes.β Douwen komt inderdaad natuurlijk van duwen. En mocht je βdoosβ tegen een vrouw zeggen, dan wordt zij gezien als een dom persoon (maar meestal wordt dit geroepen na een iets wat sukkelige handeling). Vind je iemand idioot? Noem hem dan een βhalve zoolβ. Is het ergens erg rommelig of leg er weer een straat open? Noem het dan gerust een βpleuriszooiβ. Dan kom ik gelijk bij wegwezen, dan ben je gewoon opgepleurt (ja met een t), maar opzouten mag ook. Ophouden ergens mee wordt ook wel aangeduid met βkappuhβ. Wil je koffie bestellen? Vraag gerust om een bakkie pleur. Ga je eten? Noem het βnassenβ. Rundvlees is bij ons βdraadjesvleesβ. βJij moetβ korten wij af naar βje motβ. En vingers worden wel βfikkenβ of βtengelsβ genoemd.
Aantal uitspraken: betekenis
βGrote muil, dikke lipβ : eigen schuld, dikke bult
βNiet lullen, maar poetsenβ : doorwerken!!
βOp je muil!β : Ben je helemaal gestoord!
βBen je van de pot gepleurt?β : Ben je gek geworden
βBen je helemaal van de pot gerukt!β : Dat gaat mooi niet gebeuren!
βDie is gestopt met rokenβ : iemand is overleden
βWat loopie nou te kijken johβ : je staart of ziet er dom uit (of beide)
βDie is helemaal van de kaartβ : hij is dronken
βGohβ¦ (echt waar)β : (ja) joh
βOver je nek gaanβ : overgeven
βDie staat voor paalβ : die staak voor gek
βKen het zijn dat ik u kan?β : hebben wij elkaar wel eens eerder ontmoet?
βWat een pestpokkeweerβ : het is regenachtig
βDie lig voor ape gapenβ : hij is flauwgevallen
βOf je wors lustβ : zeg je als iemand vraagt of je je vraag wil herhalen
βDalijk breekt de pleuris uitβ : Straks loopt het uit de hand
Hoe spreek je dat Rotterdams nou dan? Hier 10 Tips!
1. Zeg wat je denkt! Wees eerlijk, voel je vrij
2. Plak achter zoveel mogelijk woorden een βtβ, behalve als je in een wel-niet discussie zit, dan zeg je βech wel/nietβ
3. Ook de βrβ spreken we in Rotterdam anders uit. Als het woord eindigt op de βrβ, spreken we hem vaak niet uit. En als het woord met de βrβ begint, dan wordt het weer anders uitgesproken, meer met een rollende βrβ, hoe precies kan ik niet zo goed uitleggen, want ik hoor zelf nog steeds het verschil niet.
4. Het werkwoord βlopenβ wordt vaak gebruikt in elke context. Dus pleurt die maar lekker in elke zin. Een voorbeeld: βWat loop jij nou toch te doen?βΒ of βIk liep vanmorgen toch teβ¦β
5. Maak van elke βeiβ een βaaiβ
6. Zichzelf? Doe maar βZβn eigenβ en βelkaarβ is βmekaarβ
7. Bij verkleinwoorden zeg je βieβ in plaats van βjeβ aan het einde. Een voorbeeld: βkrukβ wordt βkrukkieβ en geen βkrukjeβ of een βhemdβ, dat wordt βhempieβ
8. Dit geldt ook voor veel persoonlijk voornaamwoorden (tweede persoon enkelvoud). Een voorbeeld: βHeb jeβ wordt βHebbieβ
9. Dan heb je nog de werkwoorden kunnen, liggen en willen. Rotterdams is het: kennen, leggen en in de verledentijd van Β βwildenβ: βwoudenβ
10. βJa, tochβ, βdanβ en βHoorβ aan het einde van de zin plakken of gebruiken als je het ergens mee eens bent. Vraagt een Rotterdammer aan jou βHou je meer van de zomer of winter?β en houdt jij meer van de zomer antwoord dan met: βVan de zomer, tochβ. Vraagt een Rotterdammer aan jou βMag ik wat vragen?β (heel hoogstwaarschijnlijk, maar stel) antwoord dan met: βJa hoorβ
Ik zie dat ik al aardig veel heb getypt, dus vind ik het weer genoeg voor deze week. Volgende week zal ik wat vertellen over het Schouwburgplein!
Ja toch, niet dan!


Geef een reactie